Ze appt me … vrijdag om 12 uur.
Je zou denken dat dit zou kunnen gaan over een lunch afspraak met een vriendin of over een bezoek aan de kapper. Ik blok in m’n agenda die dag als bezet.
Nog 4 dagen.
Ik app haar of het gelegen komt dat ik haar bel. Tuurlijk.
De telefoon gaat over, het duurt even voordat ze opneemt.
In de stilte hoor ik hoe moeizaam ze ademhaalt, veranderd ten opzichte van drie dagen geleden toen ik bij haar was. We bespreken nog de laatste zaken, die voor haar zo belangrijk zijn.
Ze laat het los.
Ik heb het grootste respect voor mensen die kiezen voor de weg van euthanasie; een invoelbare keuze door de ondraaglijkheid van het onderliggend lijden. Maar heftig blijft het. Altijd. Voor alle betrokkenen.
Het gaat me daarbij niet om de formele procedure of de consequentie van de handeling, maar misschien wel om de planbaarheid.
Wat doe je als je weet dat je gaat sterven, dat het moment al min of meer vaststaat?
Ga je de tijd aftellen? Zoek je nog één keer die muziek op die je zo dierbaar is?
Hoe vul je de dagen, de uren… wat krijgt nog betekenis? Denk je soms: was het maar zover?
Of juist: nog even niet… nog één moment, nog één herinnering erbij?
In onze gesprekken was ze helder, duidelijk. Maar hoe is dat, in de stilte van het alleen zijn?
Op de dag zelf stap ik de kamer binnen. Ze heeft haar kleding aan die ze heeft uitgekozen.
Pastel. De zachte kleuren van een fris voorjaar.
Ze is een lentekind, haar verjaardag ook in de lente, red ze niet.
Ik zie dat ze zweetdruppels heeft op haar gezicht, haar gezicht met een lieve glimlach. In niets lijkt ze meer op de grauwe vrouw die ik steeds kleiner zag worden, steeds minder haarzelf in een hele korte tijd.
Dierbaren en vrienden nemen afscheid van haar, ze zitten rond haar bed. Ze richt zich nog kort tot mij. “Dank je wel voor alles, voor het bespreekbaar maken, je luisterend oor en je rust”. Je hebt deze stap daardoor dragelijker gemaakt”.
Het wordt helemaal stil in de ruimte. Iedereen kijkt naar haar. De arts dient eerst het slaapmiddel toe en aansluitend het middel dat het hart stopt. Ze overlijdt snel.
Niemand zegt iets, minuten lijken uren te duren. Een brok in mijn keel als ik naar haar kijk. Kwetsbaar en fragiel.
Samen met de huisarts wacht ik op de gemeentelijk lijkschouwer. Het zorgteam komt voor de verzorging samen met haar dierbaren.
We begeleiden haar uit huis, voel ik dat de brok in mijn keel niet wil verdwijnen. Ik denk terug aan onze gesprekken dankbaar dat wij mochten ondersteunen en door er écht te zijn.
De dood is een wezenlijk onderdeel van mijn werk Maar het gaat om zoveel meer dan het vormgeven van een uitvaart. Steeds vaker is er behoefte aan deze vorm van begeleiding.
In de laatste fase van het leven, bij de regie houden, bij ziekte, bij ouderdom, of bij een zelfgekozen levenseinde.
Aanwezig zijn. Luisteren. Ruimte geven.
Dat is misschien wel het meest waardevolle wat je kunt bieden.