Een ontmoeting op een bankje in het bos

In de late herfstzon loopt ze mij tegemoet, samen met haar twee hondjes.
Ik kom haar regelmatig tegen in het bos: een jonge vriendelijke vrouw.
Wanneer we elkaar passeren en groeten, zegt ze:
“Jij doet toch iets met afscheid?”   Dat klopt inderdaad, antwoord ik.

Onze honden springen en rennen langs elkaar heen. Even lijkt het alsof we allebei weer verder lopen. Dan vraagt ze of ik tijd heb om even met haar op een bankje verderop te zitten. Staan is te vermoeiend, zegt ze. Even later nemen we plaats.
Met moeite vertelt ze dat ze nog maar kort geleden heeft gehoord dat ze ongeneeslijk ziek is. Kanker. Een moedig verhaal volgt over chemo, hoop en angst. Ik luister en geef haar het kleine flesje water dat ik bij me draag. Tijdens het praten merk ik hoe snel ze buiten adem raakt. Ze voelt gespannen.
Ze verontschuldigt zich dat ze haar hele ziekteverhaal met mij deelt. Een luisterend oor, zomaar in een menselijke ontmoeting.

“Mijn pijn is van mij om te dragen,” zegt ze zacht,
“maar soms is het zo zwaar dat ik het met niemand kan delen.”

Wanneer ze het flesje water teruggeeft, houd ik even haar hand vast.Een klein gebaar. Een rustige aanwezigheid. Een zachte aanraking wanneer het leven even te zwaar voelt.
We zijn stil. In de bomen fluiten de vogels steeds stiller, je voelt dat het seizoen gaat veranderen, de winter komt. De tijd hoeft niet gevuld te worden met woorden. Soms is het genoeg om er eenvoudigweg te zijn.

Gewoon hier zijn.
Niet als redder, maar als metgezel.
Stille steun als een geschenk.

In mijn werk ontmoet ik mensen vaak op een moment dat het leven even stil lijkt te staan. Juist in die momenten merk je hoe bijzonder een mensenleven is. Niet alleen in de grote gebeurtenissen, maar vooral in de kleine dingen van alledag. Wat mij steeds opnieuw raakt, is hoe mensen ondanks verdriet toch verbinding blijven zoeken en vinden.Leven en dood liggen dichter bij elkaar dan we soms beseffen.

We nemen afscheid van elkaar in het bos. Wanneer ik thuiskom, zie ik een bericht op mijn telefoon.
Van haar.

“Wil jij mijn afscheid verzorgen?”

En daaronder nog één zin:

“Ik ben je nu al dankbaar.”