B L O G I We hadden nog contact

Het is laat op de avond en ik zit bij mijn moeder aan de rand van haar bed in het ziekenhuis. Zij is klaar voor de operatie als mijn telefoon gaat. Ik twijfel, ga ik nu opnemen? Het nummer wat ik zie, herken ik van even geleden. Er zal toch niet iets zijn?  Ik besluit om toch op te nemen en ik krijg een van de lieve dochters van een familie die ik eerder mocht begeleiden aan de telefoon. Ze klinkt verward en in shock. “Sorry dat ik je nu bel op dit late tijdstip, maar we weten even niet wie we anders hadden moeten bellen.” Haar hakkelende woorden wordt een verhaal en ik krijg steeds een beter beeld om welk familielid het gaat.
Hun zusje is gevonden in haar huis en zij had al even dood op bed gelegen. De politie was gebeld en het hele circus werd opgetrommeld. Ze waren overweldigend door de manier van benadering in deze situatie. Ze mochten niet meer in bij haar. De rechercheur had gezegd dat ze haar niet meer konden zien. Ik hoorde aan haar stem dat ze compleet van slag was en bijna in tranen uitbreekt. “We hadden nog contact” zegt ze tegen mij.

In deze situatie breng ik rust en vertel ik dat het postmortale team en ik er alles aan gaan doen om hun zusje aan hen zo goed als mogelijk terug te geven. We gaan nooit 100% af op wat de politie verteld aan de nabestaanden. Eerst zelf kijken, aftasten en contact opnemen met de forensisch arts. Dan zien we verder. Ik beloof elke stap met hen te delen.  Als mijn moeder op de operatietafel ligt, wordt ondertussen het lichaam van hun zusje door het postmortale team opgehaald. Het is dan bijna middernacht. Ik krijg later die nacht een bericht van het team. Ze hebben haar gewassen, vertellen mij hun bevindingen.
We spreken af in de ochtend te overleggen wat we verder gaan doen als ik haar ook heb kunnen zien. Het is lastig om je voor te bereiden op wat je gaat aantreffen. Als je eenmaal de geur hebt geroken van een lichaam in staat van ontbinding, vergeet je dit nooit meer. Ik focus me dan op het omhulsel en de specifieke kenmerken zoals een tatoeage, litteken of bijvoorbeeld een oorbel of wat nog toonbaar is voor nabestaanden.

Maar dit keer was het anders, ik had hun zusje al eerder ontmoet bij de uitvaart van hun moeder. Het klein vrouwtje met een vriendelijk gezicht en excentrieke uitstraling kwam in mijn herinnering naar boven. Ik wist dat ik dit beeld niet ging aantreffen.
Inmiddels had ik contact met de forensisch arts over de situatie. Zij was immers in de woning geweest en vertelde mij wat ze had aangetroffen. Ik had het geluk dat ik haar al eens eerder had gesproken rond een andere vinding. We hebben wederzijds interesse en respect voor elkaars werk. Zij was  toen later aangesloten bij de uitvaart om zo een beter beeld te krijgen wat nabestaanden doormaken. Die familie heeft dat als heel fijn ervaren in hun rouwproces.
Ik vroeg haar naar bruikbare informatie die ik met de zussen kon delen. Deze vertaal ik enigszins naar  en daar moesten ze het helaas mee doen, samen met een paar foto’s die ik heb kunnen maken. Voor hen de bevestiging waar ze naar zochten. Opvallend was dat deze arts het gevoel van eenzaamheid en verdriet duidelijk kon voelen in de woning en het greep haar naar de keel. Ze had vanzelfsprekend deze mevrouw nog nooit gezien of gesproken, maar ze voelde haar leegte en verdriet. De drukkende eenzaamheid gedurende haar leven maar ook na haar overlijden. Zelfs na haar dood lag ze daar in het donker, eenzaam en alleen. Het had haar aangegrepen.

 

 

 

 

Google-Beoordeling
5.0
Gebaseerd op 47 recensies
js_loader