De rode loper kan uit

Mijn telefoon gaat al vroeg, ik kijk op het scherm en zie ” privé nummer “. Ik neem op en een lieve zachte stem komt mijn oor binnen. De stem wil graag samen met haar moeder in gesprek over uitvaartmogelijkheden. Ze geeft aan dat de polis haar onzeker maakt, bellen met het nummer wat vermeld staat is misschien niet wat ze willen. Omdat moeder ziek is lijkt ze een gesprek vooraf fijner. , Ik stel haar gerust en dat ik in het gesprek wat later zal plaatsvinden kijk er mogelijk is afgestemd op de wensen. Het is stil aan de telefoon en de stem zegt een beetje verontschuldigend ” mijn moeder wil niks bijzonders hoor, een crematie met bitterballen meer niet ” De navigatie brengt me later in die week naar twee straten achter de Rijswijkse Schouwburg. De dochter oogt vriendelijk maar erg nerveus. Haar moeder zit er stil en teruggetrokken bij. Het gesprek komt moeizaam op gang, de dochter neemt het voortouw en moeder zucht en knikt bevestigend op al het gevraagde. Ze heeft zichtbaar moeite met de keuzes en het doel. Praten over je naderend afscheid is niet makkelijk. We zoeken een kaart uit en kijken naar een passende tekst. Snel neemt de moeder een beslissing, ” ik lees hem zelf toch niet meer kijk jij maar wat mooi is”, zegt ze abrupt en een beetje cynisch tegen haar dochter. Ik observeer, luister en besluit de kaart even te laten voor wat het is. De dochter begint over bitterballen, de polis en de muziek, meerdere keren hoor ik “Ja toch mam”? De opdracht van haar moeder om een tekst voor de kaart uit te zoeken is aan haar voorbij gegaan. “Accordeon muziek klinkt altijd vrolijk, die Amsterdamse uit de Jordaan, die vindt ik prachtig ” zegt haar moeder plotseling. Ineens krijgt het gesprek een andere wending, we praten over accordeon muziek, de Amsterdamse grachten en de bruine cafés. Daarna voorzichtig over het leven zelf, de opvoeding van haar dochter zónder vader, de fijne maar ook minder fijne momenten passeren de revue. Het leven heeft haar niet veel gebracht, nooit écht gelukkig. Altijd alleen gebleven, alleen met haar dochter een handje vol familie en een groepje vrienden uit Amsterdam. Een leven wat kabbelend voortgaat, nooit in de schijnwerpers of aandacht. Maandag wasdag, woensdag gehaktdag, vrijdag vis. Typisch voor die generatie. Ik herken het van mijn eigen moeder. ” Elke maand ga ik naar de Schouwburg kom er al zo lang, heb een er een abonnement, ik geniet daar zo ” Kind aan huis, twee straten verder”, zegt ze met een grote glimlach op haar gezicht en zwaaiend met haar arm. Ballet, toneel, muziek alles vind ik wel leuk om naar toe te gaan. Ze praat en haar ogen glimmen. De dochter blijft stil en ook ik. In mijn hoofd denk ik iets en spreek het voorzichtig uit…Nee, zegt de vrouw, kan dat ? Haar ogen vullen zich met tranen en schieten direct naar haar dochter. De dochter schrikt, dit staat niet op de polis, vraagt ze zich misschien wel af. Langzaam krijgt de uitvaart vorm, en laat het op papier bij ze achter om te overdenken of dit is wat bij haar past. Onderweg naar huis, schiet ik bij de Schouwburg naar binnen en maak een afspraak om het vervolg, de plannen vorm te geven. De toenmalige directeur ken ik goed vanuit mijn vorige werkveld. Hij is enthousiast en wil graag meewerken aan dit (mogelijke) afscheid onder zijn dak. In de drie maanden die volgen hebben we bij vlagen contact met elkaar. 5 dagen voor haar verjaardag overlijdt ze, alles staat op papier, de voorbereidingen zijn getroffen voor een afscheid in de Schouwburg én in het crematorium. Volgt ze haar hart en kiest ze voor de locatie waar ze genoot? Of toch niet? Op haar verjaardag is het afscheid, grote générale zonder vooraf te oefenen. We begeleiden haar lopend naar de Schouwburg de rouwauto voorop, de familie loopt erachter. Een stukje over de openbare weg vanaf het oude Rijswijkse stadhuis, de zon schijnt door de fontein van de vijver. Een regenboog is door de druppels zichtbaar. De rode loper ligt voor haar uit bij de hoofdingang, we rijden haar naar binnen en zetten alles klaar in de kleine zaal. De accordeonisten nemen plaats op het podium, de stoelen vullen zich wat onwennig met mensen. Mijn oog valt op een lint van één van de bloemstukken, een lief gebaar van de Schouwburg. Het toneellicht schijnt op de kist en lichten de kleurrijke bloemen prachtig uit. Eén keer, één keer staat ze in het middelpunt.